Een verlaten bergweg met onvoorstelbare mooie uitzichten.

Een verlaten bergweg met onvoorstelbare mooie uitzichten.
Een dwarsdoorsnede door het oeuvre van Mark Insingel
Door: ACG Vianen, eerder gepubliceerd in De Kantlijn (jan/feb 2007)

Mark_insingel_boeken_overzicht_02

Een aantal jaar geleden werd ik geconfronteerd met het werk van Mark Insingel (Antwerpen, 1935). De eerste kennismaking vormde de gedichten uit ‘Perpetuum Mobile’ en ‘Modellen’. Het werd een zeer aangename ontmoeting. Een herkenning van een minimum aan woordgebruik deden mijn ogen schitteren. Daar kwam ook nog bij dat deze gedichten voorzien zijn van subtiele herhalingen en een aandacht voor de bladspiegel, waaruit een zorgvuldigheid voor de poëzie sprak. Een gedicht is immers niet alleen een opeenstapeling van woorden, maar heeft ook een zelfstandige vorm op de bladzijde.

Verhalen en romans

Door prettige omstandigheden heb ik kort geleden een aardige doorsnede van het werk van Mark Insingel mogen ontginnen. Hierbij werd ik aangenaam verrast door de prozakant van zijn werk. De schrijf- en vertelwijze van Mark Insingel’s werk streelde mijn ogen tot een glinsterende leeservaring. Het tempo waarin wordt gesproken over een situatie of het denken van de hoofdpersonen doet de lezer de klank van het vertelde in de oren klinken. Het is daarbij vooral het gebruikt van de korte zinnen en de gedachtedwalingen die het gevoel gegeven in een transscriptie terecht te zijn gekomen, of het oor te luister hebben gelegd in de schedel van de hoofdpersonen. Het is daarom ook niet verwonderlijke dat Insingel ook hoorspelen heeft gemaakt. Zijn romans en verhalen lenen zich namelijk bij uitstek voor het gaan maken van audio-opnamen.

Het schrijftalent dat Insingel heeft ontwikkeld in zijn romans en verhalen legt de focus op de hoofdpersonen door letterlijk in de gedachtegang van de personages te gaan zitten. De vertellingen krijgen daardoor een of meerdere sterk gerichte perspectieven waaruit het verhaal zijn vorm krijgt. Door deze duidelijke kijkrichtingen van het verhaal komen de personages tot leven omdat je als lezer in het denken van het menselijk handelen bent gewikkeld. Het zijn deze innerlijke strubbelingen waarmee de personages moeten leven, mee samen moeten geleven en laat aan de lezer al merken dat de verschillende hoofdpersonen niet geheel op een en dezelfde manier denken over de situatie.

In “Een Meisje nam de tram” wordt hier op subtiele wijze de beschrijving van de omgeving van de hoofdpersonen ingezet om het verhaal metaforisch op te bouwen. Hierin is het de opeenstapeling van beelden die dit werk misschien eerder als een groot gedicht laten typeren dan als roman, ondanks dat het in elke vezel van dit werk een verhaal blijft.

Typerend voor het werk van Insingel is dat in de eerste hoofdstukken eigenlijk niets duidelijk wordt. Het is slecht een opstap voor het denken van de hoofdpersonen. Het dwingt de lezer om even geduld te hebben om te weten te komen waar de vertelling naar toe zal gaan of beter gezegd; waar de verhaallijn begint. Het devies dat de lezer moet hebben als hij een verhaal van Insingel ter hand gaat nemen is: ‘Laat dit je overkomen’. Wanneer je deze wijze van tot-je-nemen toelaat blijken de vertellingen een razend snel tempo te hebben. De vormgeving van de verhalen in afgebroken zinnen, tussen gevoegde zinnen, zinnen die doorlopen in nieuwe zinnen en het toevoegen van tussen haken geplaatste nuanceringen maken de vertellingen tot rozettenvensters met verschillende gezichtspunten.

Deze gezichtspunten in de verhalen, die keer op keer wisselen van perspectief, zijn ondanks de soms afstandelijke beschrijvingen van de gebeurtenissen nooit plat of laag bij vloer. Dat geldt ook voor de passage waarin de vleselijke kant van de liefde wordt beschreven. Waar in “Een Meisje nam de tram” deze beschrijvingen vooral metaforisch worden benaderd laat “Eenzaam Lichaam” een ander beeld zien. In deze laatste genoemde roman leidt het direct noemen van de geslachtorganen en handelingen geen moment naar bloedeloos taalgebruik. Het geeft in het gebruik van deze woorden aan dat andere heldere bewoordingen niet voorradig zijn en zodoende legt het daarmee ook de soms kleurloosheid van deze handelingen bloot.

Niettemin is het die directheid en het gebruikt van ‘simpele’ omschrijving die lezer in de stortvloed aan gedachtegangen overeind blijft houden. Het mee worden genomen door Insingel is een tocht die langs verschillende typen mensen voert maar je tevens laat bekruipen dat je het misschien wel zelf bent die wordt beschreven of je vader, moeder, zus, partner of buurvrouw. Deze betrokkenheid wordt ondersteund door amper gebruik te maken van historische positionering of het aan de hoofdpersonen toekennen van (voor)namen. Hierdoor wordt de betrokkenheid van de lezer verhoogd omdat zijn verhalen voortdurend in het nu lijken af te spelen. Deze vorm van vertellen is voornamelijk uitgewerkt in “De een en de ander” . De gehanteerde verteltrant die Insingel bij deze verhalen gebruikt is het radicaal aan de buitenkant omschrijven van verschillende personages. Het betrekken van de interne gedachten en conversaties blijven geheel achterwege om alleen te worden gebruikt in omschrijvende zin. Ondanks deze objectief ogende omschrijving zijn ze stuk voor stuk de beschrijving van mensen die je direct herkent. De lezer maakt hierin de taal tot een persoonlijk document wat de schrijver als objectief heeft aangeleverd.

De thematiek die door het gehele vertellende werk van Insingel loopt zijn de (seksuele) relaties tussen zijn hoofdpersonen. Het zoeken naar enig geluk, of wat daar van is overgebleven is, drijft de mensen in zijn teksten voort. Hoewel in elk verhaal haast krampachtig wordt gevraagd om de bevestiging van het geluk, blijken zijn verhalen voornamelijk te worden bevolkt door getroebleerde mensen in (verstikkende) verhoudingen.Geen enkele verhouding lijkt in stand te blijven of moet op zijn minst worden omgezet naar iets waar mee geleefd moet worden omdat een uitweg niet voor handen is.

Het afsluitingen van een Insingel-verhaal is daarom ook nooit een definitief punt. Het zijn open verklaringen waarna de vertelling rustige verder zou kunnen gaan. Waarschijnlijk zullen de personages op dezelfde weg voortgaan, maar niets blijft zeker.

Gedichten
De poëzie van Insingel is een kale poëzie die direct naar de woorden toegaat. Het beeld van de poëzie ligt hierbij in haar vorm op de pagina. Dit laatste geld met nadruk voor de bundel “Perpetuum mobile”. De wijze waarop de poëzie grafisch zijn vorm krijgt maakt het tot een belangrijke bundel in zijn oeuvre. In deze bundel waarin de meeste gedichten circulair op de pagina staan ondersteunen zijn gebruikt van herhaling en verschuiving. Door het afnemen en toevoegen van enkele woorden aan de volgende regel in het gedicht weet hij een ritme op te bouwen, maar tegelijkertijd wordt hiermee ook de onvermijdelijkheid duidelijk van de herhaling die in zichzelf blijft draaien. In de enkele gedichten die gepositioneerd zijn vanaf de linker bovenhoek van de pagina naar de rechter onderhoek, wordt dit gevoel van repetitie zo pregnant dat de lezer de neiging krijgt om de het gedicht van de pagina te scheuren en boven en onderzijde aan elkaar te plakken zodat als nog een cirkel ontstaat.
Deze manier van het schrijven van poëzie door middel van de grafische vorm van het geschreven komt in “Modellen” in zwakkere vorm terug maar in de jongste bundel “Niets” lijken deze sporen geheel te zijn uitgewist.
Wat wel blijft is de poëzie van kernachtigheid. Het schrijven met weinig woorden en daarbij gebruikmakend van overeenkomstige woorden blijven onderdeel uitmaken van zijn werk. De kleinheid die deze poëzie is verbeeld daarin het grootse wat we allemaal continu om ons heen zien.

Terugblik

Het werk van Insingel als geheel is het aangaan van verschillende taalexperimenten. De wijze van een vertelling of het schrijven van poëzie is daarin voornamelijk het belang hoe zij wordt gepresenteerd. Het kan zijn dat de vorm op de pagina naar voren wordt geschoven, of juist een vertelvorm vanuit verschillende personages, of één die een klinische afstandelijkheid nastreeft, of een woordspel in poëzie van het toevoegen en afnemen van woorden aan een regel wat leidt naar betekenis nuancering. Deze rijkheid aan experiment maakt het lezen van het werk van Mark Insingel een ontdekkingsreis, die door het beheerste taalgebruik geen jungleroute is maar eerder een verlaten bergweg met onvoorstelbare mooie uitzichten.

Aanraders:
Perpetuum mobile
Een meisje nam de tram

Bibliografie:
Boeken van de doorsnede:

Een getergde jager (1966) Verhalen
Spiegelingen (1968) Roman
Een tijdsverloop (1970) Roman
Mijn Territorium (1980) Roman
Een meisje nam de tram (1983) Roman
Jij noemt stom wat taal is (1986) Gedichten
De een en de ander (1991) Verhalen
Eenzaam lichaam (1996) Roman

Perpetuum mobile (1969) Gedichten
Modellen (1970) Gedichten
Jij noemt stom wat taal is (1986) Gedichten
Niets (2005 gedichten

Overige boeken:

Dat wil zeggen (1975) Roman
Wanneer een dame een heer de hand drukt (1975) Hoorspelen
Gezwel van wortels (1978) Roman
Woorden zijn oorden (1981) Essaybundel
Hoe hij rolt (2004) Roman

Drijfhout (1963) Gedichten
Een kooi van licht (1966) Gedichten
Posters (1974) Gedichten
Het is zo niet zo is het (1978) Gedichten
In elkanders armen (1990) Verzamelde gedichten
De druiven die te hoog hangen (1994) Gedichten
Gezichten (2000) Gedichten

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s